Commercieel medewerker binnendienst

Resultaatgebieden:

  1. Transacties

  2. Betreft het doen van bestellingen, het afwerken van orders en offertes; het afsluiten van overeenkomsten met afnemers en leveranciers voor de levering van goederen en diensten.

    Prestatie-indicatoren:
    Geen adminstratieve achterstanden, tijdige afwerking van de zaken, just in time, niet te vroeg en niet te laat
    Kwaliteit en functionaliteit van de dienstverlening
    Oog voor goede kwaliteit/prijsverhoudingen
    Juridisch deugdelijke, duidelijke koop en- leveringsovereenkomsten
    Efficient en effectief voorraadbeheer
    Goede relaties met collega's, afnemers en leveranciers
    Stijgende omzet
    Geen gemelde interne en externe klachten, geen geconstateerde vermijdbare fouten

  1. Commercieel beleid

  2. Betreft het meebouwen aan en consequent uitvoeren van het commercieel beleid van de ondernemeing

    Prestatie-indicatoren:
    Geformuleerde en gerealiseerde pragmatische beleidsvoorstellen
    Aantoonbare kostenbesparingen bij de uitvoering van het inkoopbeleid
    Aantoonbare kostenbesparende invloed op omvang van instroom, opslag en aflevering of verbruik van belangrijke goederen
    Aantoonbare kostenbesparende invloed op het kapitaalsbeslag van de goederenstromen en het ruimtegebruik

  1. Voorlichting en informatie

  2. Betreft het adviseren en informeren van collega's en klanten en leveranciers over produkten, prijzen en condities wanneer verschillende alternatieven aanwezig zijn.

    Prestatie-indicatoren:
    Aandacht voor essentële aspecten van een goede bedrijfsvoering
    Getoonde initiatieven bij belangrijke keuzemomenten voor het bedrijf
    Kwaliteit van de verschafte informatie
    Aandacht voor het werkelijke probleem van de klant of de collega
    Heldere, duidelijke uitleg over commerciële, zaklijke en technische aspecten.

  1. Warenkennis en marktkennis

  2. Betreft kennis van bedrijfsrelevante goederen en producten evenals kennis van en gevoel voor de markt.

    Prestatie-indicatoren:
    Spreekt deskundig en terzake over bedrijfsrelevante goederen en producten
    Kent de beste en de goedkoopste leveranciers, de kwaliteit van hun produkten en hun condities.
    Heeft een eigen informeel netwerk met andere inkopers, verkopers, vertegenwoordigers, berdijven en instellingen
    Heeft zicht op ontwikkelingen in de markt en in de bedrijven van leveranciers van goederen en diensten
    Suggereert andere leveranciers of andere producten wanneer dat kosten bespaart of beter past bij het bedrijfsbeleid

    Kritieke situaties:

    Onvoldoende communicatie intern- en extern
    Onduidelijke prijs- en leveringsafspraken
    Slordige administratie
    Afspraken niet nakomen
    Onbekendheid met of geen entree in de vakgebieden
    Slechte relaties met interne en externe klanten en leveranciers
    Privèactiviteiten verrichten in bedrijfstijd
    Voor transacties geschenken aannemen, corruptie

Competenties:

  1. Gedragscompetenties
  2. Kijken en luisteren

    Prestatie-indicatoren:

    Maakt in taal en houding kenbaar dat men geïinteresseerd is in wat men de klant kan bieden
    Koppelt terug wat men uit de woorden van de klant heeft opgepakt
    Blijft vragen stellen als het probleem nog niet duidelijk is of als men de indruk heeft dat de klant nog niet alles heeft gezegd
    Laat de klant uitspreken

    Onderhandelen

    Prestatie-indicatoren:
    Maakt vóór een gesprek in te gaan, een inschatting van de grenzen en mogelijkheden
    Maakt duidelijk wat de andere partij te winnen heeft bij het slagen van een overeenkomst
    Chekt aan het eind van het gesprek of partijen het eens zijn over de feiten en de afspraken

    Initiatief

    Prestatie-indicatoren:
    Komt ongevraagt in actie
    Gaat zlf op zoek naar missende informatie
    Komt met nieuwe plannen en ideeën

    Inzet
    Prestatie-indicatoren:
    Werkt hard en levert hoge prestaties
    Leest en studeert om vaktechnisch bij te blijven
    Stelt zich verantwoordelijk voor geleverde kwaliteit

    Integriteit

    Prestatie-indicatoren: Zegt wat hij doet en doet wat hij zegt
    Is eerlijk en oprecht, komt uit voor eigen vergissingen of foutenr
    Weet zaak en privéacties duidelijk te scheiden

    Kwaliteitsbesef

    Prestatie-indicatoren:
    Reageert snel en passend op vragen om dienstverlening
    Neemt het belang van de klant als uitgangspunt
    Geeft ruimte voor aanpassingen en later bijkomende wensen
    Let goed op wat de grenzen zijn van de mogelijkheden van het bedrijf
    Klanten en collega's geven uiting aan hun tevredenheid

    Aanpassen

    Prestatie-indicatoren: Stelt zich snel in op een veranderde situatie
    Is direct toegankelijkvoor nieuwe inzichten, nieuwe producten, nieuwe technologie
    Laat onhaalbare wensen snel vallen
    Houdt de grote lijnen goed in de gaten.

    Flexibel gedrag

    Prestatie-indicatoren:
    Een andere weg inslaan om een haalbaar doel sneller of gemakkelijker te bereiken
    Direct reageren op weerstand, meteen een andere toon aanslaan, een grapje maken, etc.
    Een toevallige omstandigheid of een opmerking van de ander gebruiken om sneller resultaat te behalen

    Oog voor wederzijds belang

    Prestatie-indicatoren:
    Nieuwe markten en nieuwe winstmogelijkheden herkennen
    Kijken naar de behoeften van de klanten, dit vertalen naar nieuwe of betere produkten

    Bewust zijn van effecten

    Prestatie-indicatoren:
    Bij beslissingen over andere produkten of andere leveranciers, rekening houden met gevolgen voor de eigen organisatie en voor de klant
    Over vernieuwingen en veranderingen goed communcieren met alle betrokkenen, intern en extern
    Rekening houden met verschillen in visie op de zaak, ook binnen het eigen bedrijf

    Overzicht bewaren

    Prestatie-indicatoren:
    Goed overzicht over eigen werklast en daarbinnen lopende afspraken en termijnen.
    Gewoonte om op vaste tijdstippen of momenten alles te controleren op afwerking en volledigheid

    Omgaan met stress

    Prestatie-indicatoren:

    Blijft onder druk kalm en zakelijk
    Werkt ook bij incidenteel grote drukte, de lopende zaken nauwkeurig af

  1. Teamrollen
  2. Bron onderzoeker
    Kijkt voortdurend of er al ergens praktische oplossingen zijn voor problemen, improviseert als het nodig is

    Specialist:
    Kent het werkgebied, kent het vak, kent de markt

    Waarschuwer/nadenker
    Kijkt of alles goed loopt en of de door anderen aangeleverde ideeë kloppen
    Kijkt of het gevraagde werk op tijd en perfect klaar is.

    Groepswerker:
    Zorgt voor rust in de omgeving, geeft positieve impulsen, helpt conflicten oplossen

  3. Persoonlijkheidskenmerken volgens de "Big Five"(in schalen van 1-10)

Niet lager dan 7 op de schaal voor "sociaal vaardig".
Deze schaal meet de mate waarin men behoefte heeft aan stimulatie door anderen

Niet lager dan 6 op de schaal voor "sympathiek".
Deze schaal meet de mate van vriendelijkheid, respect en vertrouwen voor anderen

Niet lager dan 7 op de schaal voor "werkinstelling":
Deze schaal meet de mate waarin men hoog wil presteren en integer wil zijn

Niet lager dan 7 op de schaal voor "toegankelijkheid":
Deze schaal meet de mate waarin zich openstelt voor en wil leren van nieuwe ervaringen.


IV. Overige competenties:


Opleidingsindicatie:

Niveau MEAO+ of HEAO- CE resp. daar naar op weg.
Computervaardig: Windowsomgeving, databases, tekstverwerking, spreadsheets


Laatst bijgewerkt 8-8-2007
Copyright LiPo 2001-2007. Vrij voor locaal eigen gebruik, mits bronvermelding
Homepagina Lipoweb/Lipocastel Database competentieprofielen