††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††

Onderhoudsmonteur netwerken

RESULTAATGEBIEDEN

Beheer, regie en projecten
Dit betreft het voeren van de regie bij de bedrijfsvoering, werkzaamheden en projecten; het als eerste handelend op treden bij storingen; het zelfstandig uitvoeren van werkzaamheden. Het coŲrdineren en afstemmen van werkzaamheden binnen het eigen team en met andere teams en afdelingen; het vervangen van onderhoudsmonteurs uit andere teams en in voorkomende gevallen de operators en het optreden als adviseur op zijn vakgebied.

Prestatie-indicatoren:

  • Is breed geŲrienteerd en houdt rekening met invloed van eigen werk op andere teams en afdelingen.
  • Geeft aanwijzingen en instructies, onderneemt aktie bij afwijkingen.
  • Toetst of de installaties en infrastructuur na realisatie nog steeds voldoen aan alle genoemde eisen.
  • Begeleidt, inspecteert en stuurt derden aan bij uitvoerende werkzaamheden of verschillende in- of extern uitbestede projecten. Pleegt voortgangscontrole.
  • Er is afstemming met alle belanghebbenden over de uit te voeren werkzaamheden, zij worden tijdig en volledig geÔnformeerd
  • Afspraken met gebruikers worden nagekomen
  • Mate van tevredenheid van klanten en opdrachtgevers over dienstverlening en uitvoering van werkzaamheden.
  • Verstoringen worden doelmatig en efficiŽnt aangepakt, roept hiervoor zonodig assistentie in, informeert afdelingen tijdig.
  • Het primaire bedrijfs proces werd niet verstoord.
  • De in het projectplan beoogde resultaten worden gehaald en geŽvalueerd.
  • Bewaakt de voortgang, projecten verlopen volgens planning.
  • Er wordt correct volgens wettelijke regelingen, voorschriften en normen gewerkt.
  • Toetst plan van aanpak op relevante technische informatie.
  • Vervangt de operator op adequate wijze.

    Beheer en ingrepen in electrotechnische en technische netwerken
    Dit betreft† het beheer en het borgen van de electrotechnische en technische netwerken. het omvat de beschikbaarheid en betrouwbaarheid van systemen.Het betreft ook het volgen van ontwikkelingen op het vakgebied en het initiŽren en implementeren van daaruit volgende veranderingen

    Prestatie-indicatoren:

  • Signaleert tijdig risico's, analyseert en ondervangt deze. Is op de hoogte van de actuele toestand van de technische installaties, processen en infrastructuur en heeft overzicht over de lopende processen.
  • Toetst en evalueert periodiek of de specificaties van de installaties en infrastructuur nog voldoen aan de wet- en regelgeving, de bedrijfsseisen, de oorspronkelijke uitgangspunten† of de eisen van gebruikers. Doet dit ook bij† (verbouw) plannen en projecten.
  • Volgt ontwikkelingen op het vakgebied en het initiŽert en implementeert van daaruit volgende veranderingen.
  • Stelt zich verantwoordelijk voor goed beheer, onderhoud, inspecties en reparaties. Ziet er op toe en zorgt er voor dat dit op tijd en volledig wordt uitgevoerd, planningen worden gehaald, afspraken worden nagekomen.
  • Analyseert storingen, verzamelt hiertoe gegevens, interpreteert meetresultaten en maakt rapportages en verbetervoorstellen.
  • Draagt inhoudelijk bij aan het initieren van projecten, komt met projectvoorstellen.

    GEDRAGSCRITERIA

    Plannen en organiseren

    Prestatie-indicatoren:

  • Scheidt hoofdzaken van bijzaken
  • Stelt prioriteiten en werkt volgens plan
  • Zorgt er voor dat zaken ordelijk en efficiŽnt kunnen worden afgewerkt
  • Treft maatregelen om orde op zaken te stellen
  • Formuleert concrete en meetbare resultaten die bereikt moeten worden
  • Schakelt anderen in naar mate van bekwaamheid en interesse
  • Houdt rekening met neveneffecten en met ontwikkelingen op de langere termijn
  • Stelt de plannen bij als er onderweg hindernissen optreden, stemt dit af met anderen als dat van toepassing is
  • Stelt een realistisch actieplan op, benoemt de benodigde middelen, tijdpad, mensen, etc.

    Voortgangscontrole

    Prestatie-indicatoren:

  • Zoekt of schept orde en regelmaat
  • Controleert eigen werk of werk van
  • Controleert voortgang en resultaten van een werkproces of een project
  • Rappelleert uit eigen beweging wanneer procesinformatie achterwege blijft
  • Anticipeert op knelpunten en belemmeringen
  • Vraagt om terugmelding of rapportage, maakt vervolgafspraken
  • Maakt afspraken over meetmomenten en voert de geplande metingen uit

    Probleemanalyse

    Prestatie-indicatoren:

  • Ziet in een vroeg stadium dat er problemen aan gaan komen en signaleert deze
  • Komt, als een probleem zichtbaar wordt, in actie door te zorgen voor informatie en/of een plan voor te ondernemen stappen
  • Stelt logisch en methodisch vast waar een fout zit en bepaalt evenzo de oorzaak ervan
  • Benut actief de voor het functioneren noodzakelijke informatiebronnen
  • Legt verbanden tussen verschillende informaties uit allerlei bronnen over relevante situaties en problemen
  • Onderzoekt het probleem, verzamelt informatie over achtergronden en oorzaken voordat er tot verdere actie wordt overgegaan
  • Gebruikt verschillende manieren om ingewikkelde problemen aan te pakken en relevante informatie te verkrijgen
  • Ziet dat informatie ontbreekt, gaat op zoek naar aanvullende informatie
  • Maakt onderscheid tussen informatie over de feiten en meningen of interpretaties
  • Analyseert processen waar problemen dreigen te ontstaan
  • Analyseert taken en werkprocessen
  • Maakt duidelijk en toepasselijk onderscheid tussen hoofdzaken en bijzaken
  • Bepaalt eerst de hoofdlijnen, detailleert later
  • Benoemt de oorzaken van problemen die zich voordoen
  • Maakt verschil tussen symptomen en oorzaken duidelijk
  • Integreert nieuw verworven inzichten met bestaande kennis en informatie

    Organisatiesensitiviteit

    Prestatie-indicatoren:

  • Reageert op onuitgesproken behoefte van een klant, collega of van een andere dienst
  • Begrijpt waarom een actie of een mededeling door anderen niet begrepen wordt en past zich aan
  • Houdt bij het werk rekening met verschillen in bedrijfscultuur
  • Schakelt een andere instantie of functie bij voor het oplossen van een probleem
  • Begrijpt en gebruikt de informele kanalen van de organisatie
  • Bekijkt het probleem vanuit het standpunt van de andere functie
  • Houdt bij beslissingen rekening met neveneffecten voor collega's of voor andere delen van de organisatie
  • Neemt geen beslissingen zonder vooraf het effect daarvan op andere delen van de organisatie te hebben ingeschat
  • Waarschuwt voor consequenties buiten het eigen functiegebied
  • Is op de hoogte van gebeurtenissen in andere delen van de organisatie en houdt daar rekening mee
  • Leeft zicht in op de verhouding tussen eigen belangen en de belangen van anderen in de organisatie en houdt daar rekening mee in zijn beslissingen
  • Zorgt voor goede communicatie over ontwikkelingen en beslissingen naar alle belanghebbenden, ook buiten de eigen dienst
  • Begrijpt de werking van organisatie, ook wanneer die medewerkers schijnt te hinderen bij hun werk. Probeert dat soort hindernissen weg te nemen

    Samenwerken

    Prestatie-indicatoren:

  • Doet concessies als het er om gaat tot een gezamenlijk resultaat te komen
  • Helpt anderen hun eigen doelen te bereiken
  • Stelt gezamenlijk belang boven eigen belang
  • Steunt voorstellen van anderen, bouwt daarop voort in de richting van een gemeenschappelijk doel
  • Blijft meedenken, levert bijdragen, ook wanneer er geen sprake is van een persoonlijk belang
  • Zet zich in voor het bereiken van win/win opties
  • Uit zich positief over prestaties van een collega
  • Helpt collega's, biedt hulp aan
  • Vermindert spanningen in een groep
  • Vraagt hulp bij conflicten en problemen

    Flexibel gedrag

    Prestatie-indicatoren:

  • Objectiveert, toont afstand te kunnen nemen van emotionele situaties
  • Overweegt kansen en mogelijkheden van een nieuwe situatie
  • Brengt waardering op voor een onverwacht nieuw gezichtspunt
  • Stapt af van een vooraf gemaakt plan om een beoogd effect beter of eerder te bereiken
  • Kiest gemakkelijk verschillende werkwijzen om eenzelfde doel te bereiken
  • Wisselt tijdens het gesprek van informeren naar vragen, van inhoud naar procedure, etc.
  • Verandert onder tijdsdruk op praktische wijze van aanpak
  • Verandert op het juiste moment van gedrag bij weerstand
  • Past stijl van aansturen en informeren aan, afhankelijk van situatie en persoon
  • Schakelt naar een ander abstractieniveau, gebruikt een andere toon, als er kans† is dat dit beter overkomt bij de gesprekspartners
  • Houdt duidelijk rekening met positie en karakter van gesprekspartners
  • Profiteert van een toevallige verandering in de omstandigheden

    Klantgerichtheid

    Prestatie-indicatoren:

  • Heeft oog voor de hulp en de diensten die mensen van elkaar zouden willen ontvangen en is bereid die te geven
  • Geeft een helder beeld van wederzijdse verwachtingen
  • Geeft duidelijk aan wat de volgende stap van de dienstverlening inhoudt
  • Toont begrip voor de wensen en belangen van een klant
  • Vraagt door, overtuigt zich van de bedoeling van een vraag
  • Levert maatwerk voor de klant, met diens belang als uitgangspunt
  • Stuurt een klant niet weg omdat deze een stap in de procedure lijkt te hebben gemist, maar probeert een aangetroffen lacune in te vullen
  • Maakt duidelijke afspraken en zorgt voor follow-up
  • Aanvaardt verantwoordelijkheid voor geleverde diensten en met name voor gemaakte fouten
  • Vraagt of aan verwachtingen, wensen of behoeften is voldaan, opent mogelijkheid tot correctie of bijstelling
  • Geeft aan dat men later op deze dienstverlening terug mag komen
  • Reageert op klacht met prompt herstel, zonder defensief gedrag

    Inzet

    Prestatie-indicatoren: Toont enthousiasme en bereidheid

  • Presteert over de hele lijn beter dan gemiddeld
  • Zoekt verantwoordelijkheid en uitdaging
  • Ziet problemen en moeilijkheden als kansen voor goede acties
  • Stelt verbetering voor
  • Doet actief mee in het team
  • Houdt vakliteratuur bij om kennis aan te vullen
  • Werkt hard om een hoog prestatieniveau te bereiken
  • Stimuleert anderen tot prestaties door voorbeeldgedrag
  • Is een harde werker

    Stressbestendigheid

    Prestatie-indicatoren:

  • Raakt bij ernstige storing of fout niet in paniek
  • Blijft zakelijk en kalm als er fors weerstand wordt geboden of op de man wordt gespeeld
  • Checkt op het laatste moment nog of er foutjes zijn gemaakt
  • Blijft gestructureerd werken wanneer verschillende mensen tegelijk een beroep doen op dienstverlening
  • Blijft goed functioneren onder snel veranderende of belastende omstandigheden
  • Neemt verantwoordelijkheid nadat een fout is gemaakt
  • Gaat goed om met momenten van stilte of verwarring
  • Herstelt zich snel bij tegenslag of pech
  • Blijft effectief functioneren onder tijdsdruk

    Initiatief

    Prestatie-indicatoren:

  • Vraagt uit zichzelf nadere informatie
  • Handelt overwegend pro-actief
  • Start uit zichzelf nieuwe activiteiten
  • Is op het juiste moment aan de bal
  • Grijpt een kans aan
  • Neemt het voortouw in discussies
  • Is actief in woord en gedrag
  • Komt in vergaderingen en bij discussies als eerste met voorstellen, oplossingen††
  • Komt uit eigen beweging met een nieuw plan of een nieuwe oplossing

    OVERIGE COMPETENTIES

  • Technische/bedrijfskundige Mbo-opleiding
  • Vakgerichte- en wettelijk vereiste diploma's en bevoegdheden.
  • Diploma's Bedrijfshulpverlener, HLO en ademluchtmasker drager


    Home Functie database Vragen of tips over deze functie kunt u zenden naar: Wim van Osch
    Auteur: RH. - Vrij voor gebruik onder bronvermelding - Laatst bijgewerkt 20-7-2007