|
7.2
| Geloof:
Automatisch, vrijwel onbewust, kiezen voor acties of verklaringen, op basis van krachtige positieve en negatieve verwachtingen die daarbij gezien worden als onweerlegbare feiten, "logische consequenties" of die naar eigen mening zouden berusten op een "intuïtief zeker weten". Men kan op grond van verschillende soorten verwachtingen eventueel verschillende vormen van geloofsgedrag onderscheiden:
Existentieel geloofsgedrag: Morgen zal de zon weer opgaan.
Functioneel geloofsgedrag: Buschauffeur zal de bus niet opzettelijk tegen een muur laten botsen. Sociaal geloofsgedrag: Volksvertegenwoordigers stellen algemeen belang boven persoonlijk belang.
Religieus geloofsgedrag: Het goede wordt beloond en het kwade wordt gestraft.
- Gaat uit eten in - volgens de VVV - het beste restaurant van de regio.
- Koopt direct vernieuwde en verbeterde wasmiddelen.
- Opent tuinhek denkend dat de hond van de buurman niet zal bijten.
- Brengt sterke negatieve gevoelens tot uitdrukking jegens personen of groepen van wie men meent dat zij ten onrechte worden bevoordeeld.
- Koopt nieuwe auto omdat gemeld wordt dat dit type de belasting van het milieu zal verminderen.
- Steekt blindelings een straat over waar de snelheid van voertuigen tot 30kmh beperkt is.
- Koopt boek omdat dit volgens een recentie belangrijk, leuk, leerzaam of interessant is.
- Houdt zich zorgvuldig aan gedragsregels, normen en waarden van de natie, de cultuur, de religieuze of politieke stroming waar men zich toe rekent.
- Zet 'savonds de wekker op tijd voor het volgende dagprogramma.
- Leest rustig de ochtendkrant in de bus naar het werk.
- Stemt bij volgende Tweede Kamer verkiezingen op Verdonk.
- Sluit principieel geen verzekeringen af tegen ziektekosten, bedrijfsschade of aansprakelijkheid, e.d.
- Laat principieel kinderen niet inenten tegen mazelen, bof, diphteritus of polio, etc.
- Voelt zich persoonlijk verplicht om voor zijn naaste te zorgen.
| |
| |